Vrouwen en Vox Carolina

Visies op vrouwelijkheid in het studentenweekblad Vox Carolina in de jaren 1930

Door Jetze Boon

Time to read:

6–9 minuten

Voor deze editie van Uit het archief nemen we een kijkje in de uitgebreide persoonlijke collectie van de familie Ivens / Nooteboom, veilig bewaard in het Regionaal Archief Nijmegen. Het RAN stelt terecht dat de familie ‘een nauwe verbondenheid […] met de stad Nijmegen’ had.1 Zo was Kees Ivens (1871 – 1941) betrokken bij de bouw van de Waalbrug en behoorde zijn dochter Thea Ivens (1906 – 1997) tot een van de eerste vrouwen die zich bestuurslid van de studentenvereniging Carolus Magnus mochten noemen. Om over filmregisseur, filmmaker en ereburger van Nijmegen Joris Ivens (1898 – 1989) nog niet eens te beginnen.2 In het archief van de familie zijn, beginnend bij oprichtingsjaar 1927, maar liefst veertien opeenvolgende jaargangen van het studentenweekblad Vox Carolina te vinden.3 Binnen dit blad werd informatie over tentamens en lokaal nieuws afgewisseld met kritische inzendingen over geopolitiek, maar ook over gender en seksualiteit.4 Dat vrouwelijke studenten aan de Nijmeegse universiteit, die circa 25 procent van het totaal uitmaakten, zich niet buiten deze discussies hielden, blijkt uit een aantal van deze edities.5 De hierin gepubliceerde artikelen nemen ons mee terug naar de jaren 1935 en 1936; jaren waarin de Grote Depressie maakte dat ook de jonge Nijmeegse universiteit het zwaar te verduren kreeg en de nieuwverworven posities van vrouwen ter discussie gesteld werden.6

De meest directe verwijzing naar de rol van vrouwen staat in de Vox Carolina van 6 november 1936.7 Hierin doen de drie redactieleden, op dat moment enkel mannen, een oproep aan vrouwelijke studenten om lid te worden van de redactie. Dit als reactie op een aanname ‘dat [deze redactie] anti-feministisch is’.8 De redactieleden stellen vervolgens over te gaan in een geïmproviseerd gebed. Hoewel deze in eerste instantie de indruk wekt een lofzang over vrouwen te zijn, blijkt het al snel niets dan een letterlijke uitdrukking van patriarchale ideeën.‘… haar handen […] over het toetsenbord […], onder de zweep van onze mannelijke macht. Haar stem .. o, nee dat is waar, een stem heeft ze niet. O vrouw, wees welkom!’9 De tekst komt enigszins satirisch over, maar maakt zeer goed duidelijk hoe door de toenmalige redactie naar de aanwezigheid van vrouwen gekeken werd. Aannemend dat de tekst een weerspiegeling vormt van de praktijk, zou dit betekenen dat vrouwelijke redactieleden geen inspraak hadden op het beleid en enkel aanwezig waren om teksten uit te typen. Dat toetreding van vrouwen weldegelijk invloed heeft gehad op de invulling van het blad bleek daarentegen eerder al. Toen er in 1929 voor het eerst een vrouw onderdeel was van de redactie, werd binnen een jaar een speciaal ‘meisjesnummer’ gepubliceerd.10

Op de uitlatingen in de vacature uit 1936 lijken geen geschreven reacties te zijn geweest. Een artikel dat wel op meerdere reacties kon rekenen, was de gepubliceerde toespraak van Wil Overmars op het zesjarig jubileum van de Meisjesclub in 1935.11 De toespraak gaat over de aard van de vrouw en is daarmee een betoog over de ideale vrouwelijkheid. Het praatje begint met een kenmerkende anekdote van Professor Raaijmakers: ‘Geef een kleinen jongen een pop om te spelen en een klein meisje een geweertje. Onmiddellijk zult ge dan zien, hoe die twee hun geschenken gaan uitwisselen, ruilen.’12 De spreker geeft als redenen voor deze ruil, dat het kleine meisje aanvoelt dat het niet in haar natuur zit om met het geweertje te spelen. ‘De reden is gelegen in de speciale taak der vrouw. Die taak is vervat in een woord. “Geven”.’ Deels aan de hand van passages uit de bijbel wordt hiermee betoogd dat het de natuurlijke aanleg van vrouwen is om voor het gezin te zorgen. Toch weet Overmars ook het nut van vrouwen aan de universiteit te beargumenteren. De nadruk ligt met name op het volgen van je hart, onafhankelijk van of dit ‘in, of buiten het gezin zal liggen [.]’ In dezelfde toespraak wordt wel betoogd dat, gezien het gebrek aan vraag naar arbeid door de toenmalige economische crisis, mannen voorrang verdienen op vrouwen. Het vormt een reflectie op mannelijkheid, wat zich uit in een plicht ‘het gezin te onderhouden, en het is niet meer dan billijk, dat hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld.’ Dit betekent volgens Overmars daarentegen niet dat vrouwen geen onderwijs zouden moeten volgen, omdat dit er altijd voor zal zorgen dat de vrouwelijke aard beter tot uiting komt. ‘Geven in dienende liefde’. Iets wat zich makkelijk vertaalt naar het vaak genoemde ‘moederschap’.13

Een van de genoemde reacties op de toespraak van Overmars komt van Ida Groenewout, te vinden in de Vox Carolina van 31 januari 1936.14 Haar mening komt op het volgende neer: ‘Hoe kunnen wij […] onze ontvangen gaven gebruiken als we “omdat we vrouw zijn” worden achtergesteld?’. Er zijn een aantal zaken opvallend aan de ietwat warrige uiteenzetting die hierop volgt. Om te beginnen doet Groenewout beroep op de ‘oudere generatie’, omdat de jongere generatie vrouwen van de jaren ’30 wat haar betreft conservatiever geworden was. Vervolgens haalt ze de toenmalige paus Pius XI aan, die zou hebben gesteld dat ‘het moderne meisje’ financieel onafhankelijk kan zijn door het maken van een goede partnerkeuze.15 Groenewout brengt hiermee een zekere tegenstrijdigheid wat betreft het begrip van de moderne vrouw en de ‘aard van de vrouw’ in het algemeen aan het licht. Enerzijds is de moderne vrouw conservatiever dan voorgaande generaties, terwijl ze anderzijds graag financieel onafhankelijk wil zijn.16 Groenewout biedt voor deze tegenstrijdigheid geen oplossing en wijdt de rest van haar betoog aan de positie van de vrouw in de maatschappij. Zo bespreekt ze de verdeling van het aantal mannen en vrouwen in bepaalde beroepsgroepen en stelt ze in aansluiting op Overmars dat bij het aannemen of ontslaan van mensen de gezinshoofden voorrang verdienen. Ze verschilt van Overmars door hierin geen onderscheid tussen mannen of vrouwen te maken. Ze sluit dit deel van haar betoog dan ook af met de oproep tot een gelijkwaardig salaris voor beide geslachten.

Groenewout probeert met haar artikel de conservatieve blik op de aard van de vrouw te doorbreken. In de Vox Carolina van 7 februari 1936 probeert Antoon van Rijswijck in zijn reactie hierop haar argumenten met precies deze visie te weerleggen.17 Hij herhaalt de eerder genoemde positie van de vrouw in het gezin en stelt dat Groenewout onterecht het onderscheid tussen de niet-gehuwde man en de niet-gehuwde vrouw heeft genegeerd.18 Hij beargumenteert hierbij dat mannen en vrouwen in theorie evenveel recht hebben op arbeid, maar dat dit in praktijk anders ligt. ‘Een man is […] voorbestemd om permanent aan het werk te blijven, en om een gezinsloon te hebben.’  Dit zou ook gelden wanneer de man niet voor een gezin hoeft te zorgen, want ‘uit zijn aard heeft hij een aktieven drang tot huwelijk meegekregen, een aktieven drang om een gezin te stichten’. Kortom, het zit wat hem betreft in de aard van de man om ooit wel voor een gezin te gaan zorgen. Het is een duidelijke visie op mannelijkheid, waaraan vrouwen volgens Rijswijck ondergeschikt horen te zijn. Dit laatste blijkt ook uit zijn opvatting dat het, gezien het tekort aan vrouwelijke dienstboden, verstandig zou zijn als nieuwe wetgeving (ongehuwde en laagopgeleide) vrouwen tot dit werk zou verplichten. Fabrieksarbeid zou vrouwen, in tegenstelling tot werk als dienstbode, enkel ‘voor een toekomstig gezin meer ongeschikt’ maken.19

Iets anders waar zowel Rijswijck als Groenwout op lijkt te reflecteren is een congres van de ‘R.K. Commissie voor Jeugdwerklozenzorg’. Groenewout stelde in haar artikel al dat er een over het algemeen ‘vrouwen-vijandig gezinde stemming’ heerste tijdens het congres. Uitspraken als ‘zolang er nog één vrouw in ’n beroep is, is onze actie niet geeindigd’ maakte in haar woorden dat het ‘…zelfs mijn katholieke collega’s te bar was.’20 Rijswijck lijkt hier minder last van te hebben gehad. Waar Groenewout zich verzet tegen de op het congres gemaakte aanname dat criminaliteit onder vrouwen afneemt wanneer ze werkloos worden, beschrijft Rijswijck criminaliteit juist als een van de ‘moreele en andere gevaren’ die kunnen optreden bij het toestaan van fabrieksarbeid door vrouwen.21

Een landelijke wet uit 1937 die mannenarbeid formeel boven vrouwenarbeid plaatste, lijkt een slotsom te zijn van de discussie over de positie van de werkende vrouw in crisistijd.22 Hoewel de economische crisis een aanzienlijke rol gespeeld heeft in deze bepaling, zijn de conservatievere opvattingen uit de jaren ‘30 met name ook een reactie op de ‘lossere’ jaren ‘20.23 Dit lag ten grondslag aan het voortbestaan van deze patriarchale kijk op de maatschappij. Bovenstaande opvattingen en discussies wijzen erop dat de teneur in de Vox Carolina hier een duidelijke weerspiegeling van vormde.24 Breed gedragen idealen van de mannelijke kostwinner en de vrouw als huismoeder, die een sterke doorwerking hadden in de landelijke politiek, vonden zodoende ook weerklank in het studentenblad.25 Hoewel hun eigen positie als student of hoogleraar niet direct bedreigd werd door de aanwezigheid van vrouwen, blijken mannelijke auteurs hun eigen aanwezigheid via deze ideologische debatten alsnog te willen verdedigen tegen de bedreiging die het voortbestaan van vrouwemancipatie in crisistijd in hun ogen vormde.

  1. Studiezaal Nijmegen,  https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=7-1&id=2126499051 (geraadpleegd op 23 februari 2025). ↩︎
  2. Idem. Zie hiervoor de kopjes op basis van generatie waarin deze pagina is onderverdeeld; Studiezaal Nijmegen, https://regionaalarchiefnijmegen.nl/actueel/11-nieuws/425-fotoalbum-thea-ivens-online (geraadpleegd op 23 februari 2025); Indebuurt, https://indebuurt.nl/nijmegen/toen-in/wie-is-joris-ivens-en-waarom-heeft-hij-een-plein~89427/ (geraadpleegd op 23 februari 2025). ↩︎
  3. Regionaal Archief Nijmegen, Archief familie Ivens / Nooteboom, inv.nr. 217-230, Tijdschrift ‘Vox Carolina. Nijmeegsch studenten-weekblad’. ↩︎
  4. A. Lam, ‘Vox Carolina: Homoseksualiteit op een katholieke universiteit’, Ex Tempore 42:2 (Nijmegen 2023) 195-196. ↩︎
  5. J. Brabers, Proeven van de eigen cultuur: vijfenzeventig jaar Katholieke Universiteit Nijmegen 1923-1998 (deel 1 1923 – 1960) (Nijmegen 1998) 215. ↩︎
  6. Brabers, proeven van de eigen cultuur, 211 – 212. ↩︎
  7. Regionaal Archief Nijmegen, Archief familie Ivens / Nooteboom, inv.nr. 217-230, Tijdschrift ‘Vox Carolina. Nijmeegsch studenten-weekblad’, jaargang 10:7. ↩︎
  8. Idem. ↩︎
  9. Idem. ↩︎
  10. Idem, jaargang 4. ↩︎
  11. Regionaal Archief Nijmegen, Archief familie Ivens / Nooteboom, inv.nr. 217-230, Tijdschrift ‘Vox Carolina. Nijmeegsch studenten-weekblad’, jaargang 9:10. ↩︎
  12. Idem. ↩︎
  13. Idem. ↩︎
  14. Idem, jaargang 9:11. ↩︎
  15. Idem. ↩︎
  16. A.F. Timm & J.A. Sanborn, Gender, sex and the shaping of modern Europe (derde druk; Groot-Brittannië 2022) 243. Het begrip ‘modern woman’ als in ‘financieel onafhankelijk’ sluit aan op de definitie die in dit werk gegeven wordt. ↩︎
  17. Regionaal Archief Nijmegen, Archief familie Ivens / Nooteboom, inv.nr. 217-230, Tijdschrift ‘Vox Carolina. Nijmeegsch studenten-weekblad’, jaargang 9:12. ↩︎
  18. de Bibliotheek,  https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.045589275.html/heinrich-hansjakob/ (geraadpleegd op 19-2-2025). Uit dit proefschrift, gepubliceerd in 1948, blijkt dat de in Vox Carolina genoemde auteur A. v. Rijswijck een mannelijke student betrof genaamd Antoon Petrus Henricus van Rijswijck. ↩︎
  19. Regionaal Archief Nijmegen, Archief familie Ivens / Nooteboom, inv.nr. 217-230, Tijdschrift ‘Vox Carolina. Nijmeegsch studenten-weekblad’, jaargang 9:12. ↩︎
  20. Idem, jaargang 9:11. ↩︎
  21. Idem, jaargang 9:12. ↩︎
  22. J. de Bruijn, Haar werk: vrouwenarbeid en arbeidssociologie in historisch en emancipatorisch perspectief (Amsterdam 1989) 121 – 125. ↩︎
  23. Idem, 119-120. ↩︎
  24. S.C.W. Beentjes, In oorlog met het katholieke compromis: katholieke studenten tijdens het interbellum en de verhouding tot de Doorbraak (Thesis History Political Culture and National Identities, Universiteit Leiden 2019) 7. ↩︎
  25. Boterman, Tussen utopie en crisis 250 – 251. ↩︎

Ontdek meer van Ex Tempore

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder