cover power and representation in byzantium

Power and Representation in Byzantium

Power and Representation in Byzantium: The Forging of the Macedonian Dynasty van Neil Churchill. Londen en New York; Routledge, 2024. ISBN 978103218592.

Door Janneke van Buul

Time to read:

4–6 minuten

Basileios I werd alleenheerser in 867 na een brute moord op Michael III, zijn voorganger en degene die hem origineel verheven had tot het keizerschap. Ondanks dit gewelddadige begin, werden leden van zijn Macedonische dynastie drie generaties later gezien als de enige legitieme heersers van het Byzantijnse rijk. Hoe dit zo gekomen is, is de centrale vraag van Power and Representation

Neil Churchill onderzoekt hoe de eerste drie generaties van de Macedonische dynastie hun beeldtaal vormden om hun imago te versterken. Met een chronologisch narratief beschrijft hij de verschillen in beeldvorming tussen de heersers en de ontwikkeling van het belangrijke motief van de hemelse kroning. In dit narratief combineert hij een langetermijnperspectief met een gedetailleerde focus op de eerste generaties van de Macedoniërs.1

De iconografie van de hemelse kroning, een kenmerk van Macedonische propaganda, vormt de rode draad in dit werk. De eerste tekenen ervan zijn terug te vinden in de ivoren David Kist, waarop Basileios wordt gezalfd door David. De Macedoniërs zouden, net als David, hun macht legitimeren door te claimen door God gekozen te zijn, waardoor Basileios zich ook met hem identificeerde.2

Dit idee van legitimatie door goddelijke gunst is ook te zien bij de zoon en opvolger van Basileios, Leo IV. In tegenstelling tot zijn vader presenteerde hij zich niet als een koning uit het Oude Testament, maar samen met de heilige apostelen. Hiermee presenteerde hij zich als de ultieme autoriteit, zowel op wereldlijk als religieus vlak, wat verbonden wordt aan Leo’s dispuut met de patriarch van Constantinopel.3

De grootste innovaties in iconografie vonden plaats tijdens de korte heerschappij van Leo’s broer, Alexander. Hij was degene die de verschillende elementen van de hemelse kroning samenbracht tot één samenhangende afbeelding. In zijn vormentaal experimenteerde hij met het gebruik van heilige figuren en titels in plaats van voort te bouwen op de vormentaal van zijn vader, Basileios I, of zijn broer, Leo VI.4

De dood van Alexander in 913 luidde voor de dynastie een periode van instabiliteit in. De troonopvolger, Leo’s zoon Constantijn VII, was te jong om te kunnen regeren, waardoor een regentschap noodzakelijk werd. Waar dit normaal gesproken door de moeder gedaan zou worden, was dit voor zijn moeder Zoe Karbonopsina moeilijk. Vanwege een conflict met de kerk werd haar macht en autoriteit flink beperkt, en zo ook haar mogelijkheden voor artistieke verbeeldingen. In de afbeeldingen die we van haar hebben, benadrukt ze vooral Constantijns dynastieke claim door bijvoorbeeld naar hem te verwijzen als Porphyrogenetos (‘In het paars geboren’).5

In 919 zou zij vervangen worden als regent door Romanos Lekapenos, die zichzelf ging presenteren als de legitieme keizer. Hij nam het motief van de hemelse kroning over door zich te laten kronen door Johannes de Doper op een munt, waarmee hij de beeldentaal van de Macedoniërs tegen hen begon te gebruiken.6

Constantijn VII zou op zijn beurt de verschillende innovaties van zijn dynastieke voorgangers samenvoegen tot één specifiek programma dat constant herhaald werd: zij waren de legitieme keizers omdat zij van keizerlijke afkomst waren, de keizerlijke waardes belichaamden en omdat zij persoonlijk gekozen waren door God.7

Churchill streeft naar een chronologische structuur, maar past deze niet altijd consequent toe. In hoofdstuk zes gaat hij veel in op de relatie tussen Basileios en de patriarch, maar dit wordt pas besproken na Leo. Ook verwijst hij in hoofdstuk vier constant naar aspecten die pas in het hoofdstuk erna besproken zullen worden. Hierdoor is de redenatie soms moeilijk te volgen, wat wegneemt van de analyse.

Een minder sterk analytisch onderdeel is Churchills verwaarlozing van het publiek van de afbeeldingen. Zeker in de hoofdstukken rondom Basileios is dit prominent aanwezig. Een voorbeeld hiervan is zijn eerste bespreking van de Homilieën van Gregorius van Nazianze, waarin hij dit manuscript presenteert als een propaganda object vanuit Basileios. Hij vertelt hierin ook dat dit boek gemaakt was om ingezien te worden door Basileios en zijn zoons, en dat het amper geopend is.8

Hoe dit de blik op dit werk verandert, wordt pas enkele hoofdstukken later beschreven, wanneer het ineens wordt toegeschreven als propaganda stuk vanuit de patriarch in plaats van vanuit de keizer.9 Iets vergelijkbaars vindt plaats bij de gouden munten van Basileios. Er wordt wel benoemd dat deze gebruikt werden door de rijkeren in Constantinopel, maar er wordt niet ingegaan op wat dit voor invloed had op de boodschap van de munt. Dit probleem is minder aanwezig bij de latere hoofdstukken, maar keert terug bij het mozaïek van Alexander in Hagia Sophia.10

Een van de doelen van die Churchill voor ogen had in dit boek was het tonen van de voordelen van het nemen van een middenweg tussen een longue durée aanpak en een focus op individuele keizers, en hierin is hij zeker geslaagd. Vanuit dit niveau is er duidelijk te zien dat, hoewel er veel overeenkomsten waren in de verbeeldingen van de keizers van de Macedonische dynastie, er ook veel onderlinge verschillen waren, afhankelijk van persoonlijke situaties en doelen. Zijn gebruik van het chronologische narratief, hoewel niet baanbrekend, werkt goed om zijn punt te maken. De gedachte dat Macedonische iconografie nauwelijks afweek van keizerlijke standaarden wordt hiermee overtuigend weerlegd.

Hoewel niet alles even sterk uit de verf komt, zijn Churchills argumenten en conclusies helder. Hij heeft resultaten voortgebracht die het begrip van de verbeeldingen van Byzantijnse keizers kunnen verdiepen, wat dit boek waardevol maakt. 

  1. Neil Churchill, Power and Representation in Byzantium: The Forging of the Macedonian Dynasty (Londen en New York 2024) 2. ↩︎
  2. Churchill, Power and Representation in Byzantium, 37. ↩︎
  3. Ibidem, 102. ↩︎
  4. Ibidem, 160-1. ↩︎
  5. Ibidem, 191. ↩︎
  6. Ibidem, 196-7. ↩︎
  7. Ibidem, 238. ↩︎
  8. Ibidem, 48-9. ↩︎
  9. Ibidem, 136. ↩︎
  10. Ibidem, 172. ↩︎

Ontdek meer van Ex Tempore

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder