Opiniekatern: Gebruik het Berchmanianum voor gegronde kritiek, niet als zondebok

Time to read:

6–9 minuten

Door Jetze Boon

Recent verscheen er in het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS) een artikel over het Berchmanianum, het bestuursgebouw dat de Radboud Universiteit haar adres ‘Houtlaan 4’ heeft opgeleverd.1 Een artikel dat naar mijn mening beter had gekund. De ANS-rubriek ‘architecturele ontsteltenis’ valt me doorgaans goed.2 Met duidelijke taal wordt een verband gelegd tussen de plaatsing en structuur van de gebouwen op de campus van de Radboud Universiteit en de organisatiestructuur van de onderwijsinstelling. Broodnodige kritiek, maar vooral ook een manier om aan te tonen dat de gebouwde omgeving van groot belang is binnen eenieders positie in de maatschappij. Een gegeven dat in mijn ervaring zeer zelden de boventoon voert in een column, laat staan een hele reeks. Echter slaat de column over het Berchmanianum wat mij betreft de plank mis. Het haalt constant verleden en heden door elkaar, roept associaties op met middeleeuwse fortificaties en gebruikt alleen het broodnodige om het College van Bestuur (CvB) te bekritiseren, terwijl de geschiedenis van het Berchmanianum zo waardevol is om de Radboud en haar identiteit beter te begrijpen.  Aan de hand van onderstaande kritische aanvulling zou ik graag eer doen aan de rijke historie van het Berchmanianum en haar relatie met onze universiteit, zonder hiermee de kritiek op de huidige universiteit tot lofzang te bedoezelen.

In het artikel van de ANS wordt het gebouw geïntroduceerd als een voormalig klooster. Het tussen 1927 en 1929 gebouwde Collegium Berchmanianum was echter naast een klooster, vooral ook een locatie voor katholiek onderwijs. Om precies te zijn bood het pand als studiehuis plaats voor een priesteropleiding van de jezuïeten, een studie die verzorgd werd door de eveneens inwonende broeders en de lesgevende paters.3 Zij hadden besloten vanuit het Brabantse Oudenbosch naar Nijmegen te verhuizen, omdat daar enkele jaren eerder de eerste Nederlandse ‘Roomsch Katholieke Universiteit’ geopend was. De universiteit was immers een logische vervolgstap voor een ‘jezuïet-in-opleiding’.4 Bovendien hadden de jezuïeten al een middelbare school en twee kerken in Nijmegen staan.5 Zodoende volgenden de jezuïeten vele andere orden en congregaties die zich in de vroege twintigste eeuw in Nijmegen gevestigd hadden en droegen ze bij aan de uitbouw van het katholieke onderwijs in Nijmegen.6 Het Berchmanianum is daarmee een van de vele bewijsstukken voor de katholieke emancipatie die zich in het Nederland van de negentiende en vroege twintigste eeuw voltrok én in de kern van haar bestaan verweven met Radboud Universiteit.

Zoals de geschiedenis van het Berchmanianum en de Radboud Universiteit met elkaar verbonden zijn, is ook de afstand tussen ‘esthetische karakter’ van het gebouw en de hedendaagse universiteitsgebouwen minder groot dan in de ANS gesuggereerd wordt. Neogothicus Pierre Cuypers zal vast verheugd een rondje draaien in zijn graf, wanneer hij hoort dat zijn nakomelingen en opvolgers Joseph Cuypers en Pierre Cuypers jr. een modern gebouw succesvol gehistoriseerd hebben tot ‘kasteel’ en ‘vesting’ met ‘schoorstenen […] als kantelen’.7 In realiteit, echter, is deze antithese tussen universiteitsgebouw en kloostercomplex geen echte tegenstelling. Geïnspireerd door de Amsterdamse School en Art Deco plaatsten de architecten zich juist volledig in de moderne wereld van de jaren ’20. Hoewel hun werk inderdaad niet modernistisch te noemen is, zijn de geplaatste stoomverwarming en elektrische verlichting duidelijke tekenen van eigentijdse vooruitstrevendheid, om nog niet te beginnen over het bewuste gebruik van gewapend beton in combinatie met traditionele bouwvormen zoals pen-en-gatverbindingen en sierlijk metselwerk.8 Termen als antithese, klooster en kasteel suggereren dat het uiterlijk van het gebouw op zichzelf symbool staat voor een eeuwenoude gevestigde orde, terwijl het Berchmanianum vanuit zowel haar bouw als haar educatieve rol binnen de katholieke emancipatie in de context van de jaren ’20 op architectonisch en maatschappelijk gebied beschouwd zou moeten worden als vooruitstrevend en modern.9

Desalniettemin is het te kort door de bocht om het Berchmanianum op basis van haar moderne voorzieningen van enige architecturale machtuitoefening vrij te pleiten. Sterker nog, er is juist veel kritiek uit te oefenen op de wijze waarop de jezuïetenschool haar leerlingen binnen de katholieke leer trachtte te houden. Het grootste verschil met de in de ANS geformuleerde aanklachten, is dat deze machstuitoefening zich vooral binnenshuis afspeelde. De internen hadden dan wel een eigen kamer, maar het woord ‘slot’ speelde niet voor niks een grote rol binnen hun prille jezuïetenbestaan. Het gebouw was zo ingericht dat mensen van buitenaf, zoals familieleden, slechts tot een handvol ruimtes toegang hadden. Bij hoge uitzondering, en via speciaal daarvoor aangelegde trappengangen, konden deze mensen zich voor bijvoorbeeld een uitvaart in de kapel door het pand bewegen. Wanneer leerlingen en paters zelf buiten de deur kwamen, dan was dat volgens strenge richtlijnen en vooraf uitgestippelde wandelroutes.10 Toegang tot kranten en radio hadden de studenten niet.11 Het doet denken het fenomeen dat socioloog Erving Goffman tot ‘total institutions’ bestempelde.12

Het was uiteindelijk de Duitse bezetter die met uitgebreide verbouwingen een einde maakte aan deze beklemmende kloostersfeer.13 Zoals het artikel van ANS betoogt, is het nationaalsocialistische Lebensborn project dat aan deze constatering ten grondslag ligt in de geschiedenis van het Berchmanianum absoluut niet te negeren. Een aardig groot deel van het huidige interieur en exterieur van het Berchmanianum is voortgekomen uit verbouwingen met als doel de geboorte van tientallen ‘Arische’ kinderen en de aanwezigheid van hun moeders te kunnen faciliteren. Het huidige CvB plaatst zich dus inderdaad in een gebouw dat voor een deel voortgekomen is uit fascistische pennenstreken en bouwwerkzaamheden.14 Aan de andere kant functioneerde het gebouw tijdens de bevrijding ook maandenlang als noodhospitaal voor geallieerde soldaten.15 Wanneer je een directe lijn trekt tussen het huidige handelen van het universiteitsbestuur en de ideologie en het handelen van verschillende gebruikers tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan ontkom je er in een eerlijk betoog niet aan ook deze positievere geschiedenis te betrekken in je analyse.

De bouw van de universiteitscampus op landgoed Heyendeal vanaf de jaren ’60 bracht de universiteit en het Berchmanianum tastbaar dichterbij elkaar, maar het zou nog tot 2016 duren voordat het in 1967 tot verzorgingstehuis omgedoopte Berchmanianum door de universiteit onder handen genomen kon worden.16 Dat het gebouw zich ook nu nog schuilhoudt achter een bosstrook en zich daarmee, ‘al ware het [met] een slotgracht’, afzondert van de rest van de campus heeft waarschijnlijk meer van doen met de groene ambities van de Radboud, dan met pogingen het universiteitsbestuur van de studenten te scheiden.17 Overigens is de afstand tussen universiteit en het gebouw in de afgelopen zeven jaar vooral verkleind. Er is veel bos gekapt om plaats te maken voor een meer diverse beplanting en het omstreeks 2018 aangelegde pad tussen het Spinozagebouw en het Berchmanianum betekende het herstel van zowel een visuele als een fysieke verbinding met het huidige bestuursgebouw; iedere student, medewerker of willekeurige  voorbijganger is in staat zich via het aangelegde pad naar het eerder daadwerkelijk afgezonderde complex te begeven.18 Dit neemt niet weg dat de plaatsing van het  Berchmanianum binnen de huidige structuur van de campus overduidelijk bewust is.19 De genoemde zichtlijnen vanaf het Spinozapad en de Willem Nuyenslaan werken de prestigieuze architectuur van het gebouw in de hand en kunnen de indruk wekken dat zich een verheven instituut verschuilt achter de muren van het gebouw. Volgens voormalig Rector Magnificus Han van Krieken ‘opent [het academiegebouw zich] naar de campus’ als ‘herkenbare plek voor ieder lid van onze universitaire gemeenschap’. Tegelijkertijd roept hij ook een belangrijke vraag op: ‘past [de stijl van het gebouw] wel bij een academiegebouw van een universiteit die dynamisch is en midden in de samenleving staat?’20 Het van oorsprong gesloten karakter van het Berchmanianum suggereert in ieder geval anders.

Toch blijft het wrang om een fascinerende, en ja voor een deel ook fascistische, geschiedenis weg te cijferen, enkel en alleen maar omdat het pand toevallig behuisd wordt door een instantie die je niet zint. Met bovenstaande wil ik stellen dat het Berchmanianum vooral moet dienen om aandacht te besteden aan de doorwerking van de katholieke oorsprong van de Radboud Universiteit op hedendaagse medezeggenschapsorganen, in plaats van onrechtmatig getrokken verbanden met fascistische ideologieën. Dit neemt natuurlijk niet weg dat het CvB onbereikbaar kan voelen, en voor het overgrote deel van de studenten en medewerkers ook daadwerkelijk onbereikbaar is. Op het bijtincident van afgelopen mei en de misstanden tijdens de politie-inzet in september werd alles behalve empathisch gereageerd en kritische uitlatingen over banden met genocidaal geweld of intern machtsmisbruik weerkaatsen vaker op de buitenmuren van het Berchmanianum, dan dat ze binnenshuis op enige welwillendheid en daadkracht kunnen rekenen. Dit moet en kan anders. Om de woorden van Han van Krieken nog eens aan te halen: ‘het bestuur is er voor de universiteit en niet andersom’.21


  1. Ansonline, https://ans-online.nl/artikelen/architecturele-onsteltenis-klooster-kasteel-nazi-kraamkliniek/ (geraadpleegd op 29 september 2025). ↩︎
  2. Ansonline, https://ans-online.nl/onderwerp/opinie/columns/architecturele-ontsteltenis/ (geraadpleegd op 7 oktober 2025). ↩︎
  3. Annelien Krul, Wies van Leeuwen et al., Het Berchmanianum: Van studiehuis tot academiegebouw (Nijmegen 2019) 23. ↩︎
  4. Idem, 24. ↩︎
  5. Idem, 27-28. ↩︎
  6. Idem, 13-14, 27-28, 59. ↩︎
  7. Ansonline, https://ans-online.nl/artikelen/architecturele-onsteltenis-klooster-kasteel-nazi-kraamkliniek/ (geraadpleegd op 7 oktober 2025). ↩︎
  8. Idem, 42 – 52; Rijksmonumenten, https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523017 (geraadpleegd op 7 oktober 2025); Hetschip, https://www.hetschip.nl/lezing-over-de-amsterdamse-school (geraadpleegd op 7 oktober 2025); Joostdevree, https://www.joostdevree.nl/a/amsterdamse_school (geraadpleegd op 7 oktober 2025). ↩︎
  9. Annelien Krul, Het Berchmanianum, 80-81. ↩︎
  10. Idem, 117-121. ↩︎
  11. Idem, 123. ↩︎
  12. Chapter 13 Johnson, J., De Souza, C., (2008) Understanding Health and Social Care: An Introductory Reader, Kathleen Jones en A.J. Fowles, ‘Chapter 13: Total Institutions’ in: J. Johnson en C. De Souza, Understanding Health and Social Care: An Introductory Reader (2008) 103 – 106. ↩︎
  13. Annelien Krul, Het Berchmanianum, 129. ↩︎
  14. Idem, 127-131. ↩︎
  15. Idem, 132-135. ↩︎
  16. Idem, 155-160. ↩︎
  17. Ansonline,  https://ans-online.nl/artikelen/architecturele-onsteltenis-klooster-kasteel-nazi-kraamkliniek/ (geraadpleegd op 7 oktober 2025). ↩︎
  18. Topotijdreis, https://www.topotijdreis.nl/satelliet/2016/@187857,425575,12.8 (geraadpleegd op 7 oktober 2025);  Topotijdreis, https://www.topotijdreis.nl/satelliet/2018/@187827,425547,12 (geraadpleegd op 7 oktober 2025);Annelies Krul, Het Berchmanianum, 202 – 203. ↩︎
  19. Idem, 201-203. ↩︎
  20. Idem, 9. ↩︎
  21. Idem, 9-10. ↩︎

Ontdek meer van Ex Tempore

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder